99019

ProjectHolzkuil Kerkrade
LocatieHolzkuil Kerkrade
OpdrachtgeverJanssen de Jong plancoördinatie
ProgrammaStedenbouwkundig ontwerp voor 200 woningen, parkaanleg en infrastructuur
Ontwerp - uitvoering1999 - 1999

Het plan voorziet in de realisatie van circa 200 woningen in het fantastische landschap van het gebied ‘De Holzkuil’ in Kerkrade. Deze toelichting bevat een selectie uit de oorspronkelijke prijsvraagtekst.
1-Gebiedsorganisatie, ‘herkenbare clusters’;
Het plangebied is onderverdeeld in vijf clusters. Tussen de clusters in het noordwestelijke deel van het plangebied worden vanuit het groengebied Carisborg ‘groene vingers’ aangelegd die tot in het woongebied reiken. De clusters krijgen elk een eigen beeldkwaliteitnuance; een clustering op basis van verkoopprijzen wordt vermeden.

2-Ontsluiting van het autoverkeer, ‘efficiency first’;
De nieuwe woongebieden worden per cluster direct aangesloten op de omliggende infrastructuur. De bestaande graft op het diepste punt van het gebied wordt niet gebruikt voor de ontsluiting van het autoverkeer, maar wordt uitgebouwd tot een recreatieve hoofdas. Het hele plangebied is optimaal ontsloten voor wandelaars en fietsers.

3-Benadering van de woning, ‘een choreografie met het landschap’;
De benadering van elke individuele woning is als een choreografie uitgeschreven, waarbij de nadruk ligt op het samenspel tussen beweging en omgeving. Zo rijdt men in het hoger gelegen plandeel via een met het landschap mee slingerende eenrichtingsweg naar de haaks op deze representatieve ‘uitzicht-as’ staande woonstraten. Rijdend over deze ‘entreestraat’ kijkt men via een brede groenzone naar de heuvelrug en de groene horizon in de verte. Het subtiel slingerende parkoers laat zich voelen als een meanderen in het landschap.

4-Bouwen met het landschap, ‘een oud beschavingsprincipe;
Als vanzelfsprekend wordt zo goed mogelijk met het landschap meegebouwd: hoofdontsluitingen staan haaks op de helling en bieden uitzicht op de verte, woonstraten lopen met de helling mee. Het grondverzet is minimaal, de afwatering optimaal en de wind blaast voldoende frisse lucht door het gebied.

5-‘Fysieke distantie versus emotionele nabijheid’; ‘fysieke nabijheid versus emotionele distantie’;
Vanaf menig perceel is het mooie uitzicht op de omgeving met het achterliggende landschap niet echt te zien (de helling is niet steil genoeg om de ‘obstakels’ van de naastgelegen percelen te overzien). Wel staat elk perceel via een groene straat in verbinding met grotere groenstroken, die wel degelijk een blik op de groene horizon mogelijk maken. De benadering van de woningen vindt plaats via deze groene ‘uitzicht-assen’. Ofschoon men dus niet constant vanuit elke woning het groene landschapsdecor ziet, zorgt het herinneringsbeeld voor een voortdurend gevoel van nabijheid hiervan’. Kortom: een fysieke distantie met toch een emotionele nabijheid.
Dwars door het plangebied scheidt een graft met natuurlijke vegetatie (langs de bestaande Tichelstraat), het hoger gelegen plandeel van de lager gelegen invulling. Dit lager gelegen deel bestaat met name uit het park- en boslandschap van de Carisborg. Zo ligt de gecultiveerde structuur van de woonwijk op de helling erg dicht bij het ruige groen van de lager gelegen Carisborg. Toch is er nadrukkelijk sprake van een geheel ander belevingsmilieu, en dit aspect wordt in het plan bewust opgevoerd. Hierdoor zijn, op een bescheiden afstand van elkaar, enkele zeer verschillende belevingsmilieus gecreëerd, hetgeen als een grote verrijking van de omgevingservaring beschouwd mag worden. Oftewel: fysiek nabij met toch een gevoel van emotionele distantie.

Maastricht 1999